De rubriek "hoefverzorging" is een voorbeeld van de wijze waarop ik al verschillende jaren de hoeven van mijn ezeltjes verzorg. Ik wil deze delen aan ieder die ook de hoeven van hun ezels zelf willen bijhouden. Met deze wil ik iedereen ook waarschuwen dat het onjuist bekappen kan leiden tot ernstige problemen voor de gezondheid van je ezel.

Pak het verstandig aan; verdiep je in de anatomie van de hoef, begin met uitkrabben en bekijken, wees in het begin zuinig met hoefmes en rasp, beperk zoveel mogelijk de tijd tussen de verschillende bekapbeurten en vooral laat je bijstaan door een smid die weet hoe men ezels bekapt!

Hij zal het zeker appreciëren dat je begaan bent met de hoeven van je ezel.

Het belang van goede hoefverzorging.

Wat gebeurt er als we de hoeven van onze ezel niet onderhouden?


Net zoals onze teen- en vingernagels groeien zullen de hoeven van onze ezel steeds langer worden. De hoefwand (het harde gedeelte van de hoef) groeit vanaf de kroonrand gestadig naar beneden. De kroonrand dat is de plek waar de beharing stopt en de harde hoefwand begint. De hoefwand is als het ware het omhulsel van de hoef. Deze eindigd waar de ezelhoef de grond raakt onderaan de voet. Dit is vooraan bij de teen, helemaal rond de hoef in een halve cirkel tot aan het zachte gedeelte (de straal). Normaal slijt deze hoefwand af door wrijving met de ondergrond. Normaal, zo zou het eigenlijk moeten, maar onze gedomesticeerde ezel loopt te weinig en dan meestal nog op te zachte ondergrond. Daardoor slijten zijn hoeven onvoldoende af en blijven zijn hoeven doorgroeien.

Welke gevolgen brengt dit met zich mee?

Omdat de hoefwand steeds blijft doorgroeien en steeds langer wordt gaat deze ter hoogte van de teen (dit is vooraan de hoef) onder meer druk komen te staan door het contact met de grond. De hoefwand gaat van de hoef weggedrukt worden. Het hechtingsweefsel tussen de hoefwand en het hoefbeen "witte lijn (laminae) wordt uitgerokken. Daardoor gaat er een leegte ontstaan dat die de hoef gaat opvullen met minderwaardige laminae. Het is net deze minderwaardige vulling die de zwakke schakel wordt en waarlangs vuil en bacteriën de hoef kunnen binnendringen. Hoe beter de hoef wordt onderhouden, hoe minder druk, hoe minder slechte vulling, hoe minder vuil... hoe betere hoeven!

 

Ook de voetstand van onze ezel gaat veranderen. Verwaarloosde hoeven met lange tenen hebben een invloed op de voetas (hielen verlagen, teen gaat verhogen). Het kantelen van de hoef gaat de positie van het hoefbeen veranderen. Dit hoefbeen speelt misschien wel de belangrijkste rol in heel het verhaal van een gezonde ezel. De positie van het hoefbeen zorgt voor de stabiliteit in de hoef en een hoefbeen met een abnormale stand zorgt voor ongemak en een belasting van pezen en ligamenten in de hoef. Langdurig belasting van deze vitale organen kunnen de gezondheid van onze ezel schaden. 

Je kan het vergelijken met indien je hele dagen moest rondlopen met schoenen waar de hak is afgehaald en de tip van je schoen verhoogd.

(Figuur 4 meer naar beneden)

Het verschil tussen de normale en de verwaarloosde hoef.

 

Op de eerste foto onder zien we een normale hoef. Deze hoef is op een regulier tijdstip bijgewerkt. Bekijk daarna de tweede foto en stel vast dat de hoef helemaal is kunnen doorgroeien omdat de eigenaar van deze ezel heeft nagelaten zijn ezel te verzorgen.

Zijn een ezel-hoef en een paarden-hoef hetzelfde?


Op onderstaande foto zie je een hoef van een verwilderde ezel en een hoef van een in het wild levend paard. Wat vinden jullie? Zijn deze hetzelfde?
De hoeven zijn echt totaal verschillend. Eén gemeenschappelijke eigenschap hebben ze allebei en dat is een overduidelijk aanwezig straalkussen. Dit straalkussen is een teken van een gezonde hoef. Bij onze gedomesticeerde ezel is het straalkussen dikwijls veel minder aanwezig en in erbarmelijke toestand. Dit is te wijten aan het lopen op te drassige ondergrond en een gebrek aan natuurlijke slijtage.
Maakt dit een verschil bij het bekappen?

Wie gewoon is om paarden te bekappen zal meestal de vorm van een paardenhoef trachten te bekomen. Hoefbalans blijft gelijk doch de voetas is een eerste verschil tussen een ezel- en een paarden-hoef. Een ezel heeft een steilere voetas dan een paard. Hou ook rekening bij het bekappen van een ezel dat de zool van de hoef meer meegroeit dan bij een paard. Bij een paard groeit de hoefwand verder dan de zool. 

Hoeven uitkrabben

Een goede hoefverzorging begint bij het regelmatig opnemen van de hoef en vervolgens het uitkrabben van de hoef. Dit uitkrabben gebeurt met een hoevekrabber. Wanneer je regelmatig de hoeven van je ezel opneemt, doe dit ook om je ezel zijn voetjes eens te strelen, dan wordt je ezel dit zodanig gewoon dat hij niet zal tegenstribbelen. Het zal je later goed van pas komen als je zijn hoeven daadwerkelijk gaat bekappen (bijtrimmen). 

Krab de straalgroeven en de zool netjes uit zodat al de smurrie en resten van mest zijn verwijderd. Ga daarna nog eens met een borsteltje over de hoef en klaar ben je. Hef de ezel zijn voet ook niet te hoog op, dit is voor de ezel veel comfortabeler. In onderstaande video kan je zien hoe ik wekelijks mijn ezeltjes hun hoeven proper hou. Ik hoef mijn ezel niet vast te binden (zonder halster). Het duurt nog geen twee minuten om de vier hoeven uit te krabben.

Jaarlijkse kapbeurt :-(

In volgende video ziet u een smid aan het werk aan een ezeltje dat gedurende één jaar geen kapbeurt heeft gehad! Erg zielig voor dit ezeltje dat dit zo lang geduurd heeft. De smid doet een zeer goede job en haalt eerst de overgroeide hielen en overtollige straal weg. Daarna gaat de te lange teen er af. Op 7.10 in de video ziet u duidelijk de tekenen van witte lijn ziekte. De bacteriën en de schimmels die langs de laminae de hoef zijn binnengedrongen worden door de smid vakkundig bloot gelegd. De hoefwand wordt net zoveel als nodig weggehaald zodat lucht en licht tot aan het aangetastte weefsel kan (zwart- grijsachtige substantie). Op het einde van de video wordt de kijker er op attent gemaakt te kijken naar de ongetrimde voet van de ezel om het verschil te zien tussen de twee hoeven. Bravo aan de smid! Boe aan de ezeleigenaar!

Het eerste wat mij altijd opvalt als ik ergens ezeltjes op de weide langs de weg zie staan is de vele verwaarloosde hoeven. Veel mensen kopen een ezeltje omdat ze die zo schattig vinden en droppen die dan ergens in een weide. Daar staan ze dan! In de meeste gevallen krijgen ze dan wel eten en drinken en hopelijk nog gezelschap, maar de meeste eigenaars hebben geen benul van wat de verzorging van een ezel inhoud.

De hoeven van de ezel zijn voor mij de beste indicator van de kennis over de ezel door de eigenaar.

Gezonde hoeven zijn voor de ezel van levensbelang. Zonder hoeven geen ezel placht men wel eens te zeggen en dat is de waarheid als een koe. Gedomesticeerde ezels hebben gelukkig geen natuurlijke vijanden meer zoals de nog weinige in het wild levende ezels. Die wilde ezels of beter verwilderde ezels hebben hun voeten broodnodig om snel weg te kunnen lopen bij gevaar, tijdens gevechten met andere ezels en op zoektocht naar het schaarse gras. Een ezel die gekwetst of te oud is zijn gemakkelijke prooien voor roofdieren. Daarom zal een in het wild levende ezel er alles aan doen om zijn pijn te verbergen en niet in het vizier van de jager te lopen. Onze ezel op de weide heeft deze verdedigingstactiek nog altijd in zijn genen en deze gaat hij nog steeds toepassen als hij wat mankeert. Zolang mogelijk doorbijten en geen mankement laten blijken. Helaas als eigenaar zien wij dan bijna altijd veel te laat dat onze ezel ziek of mank staat.

Terug naar onze ezel zijn hoeven. Waarom zien we bij de verwilderde exemplaren dan alleen gezonde hoeven?

Ten eerste, en dat dient ook gezegd te worden, is dat ezeltjes die met vervormde hoeven in het wild geboren worden weinig kansen maken om een volwassen leeftijd te halen en deze ga je dus niet meer terugvinden in de statistieken.

Naast in de eerste plaats een regelmatige verzorging zijn er drie factoren die het verschil maken tussen gezonde en slechte hoeven en dat zijn; de voeding, de beweging en de ondergrond. En deze drie factoren verschillen aanzienlijk voor de verwilderde ezel tegenover de gedomesticeerde ezel.

Onze ezels eten te veel, bewegen te weinig en lopen dan nog eens op de verkeerde ondergrond. Daarmee is eigenlijk alles gezegd waarom onze ezeltjes zoveel moeite hebben om hun hoeven gezond te houden.

Daar kunnen wij wel wat aan doen me dunkt! Als we het maar willen snappen.

Hun dezelfde levensomstandigheden geven als hun voorouders is onmogelijk, we kunnen het enkel zo goed mogelijk trachten na te bootsen.

Omdat de voorouders van onze ezeltjes vroeger op schrale contreien graasden is hun metabolisme afgestemd op een voedingsarm menu. Dorre grasvlakten met weinig vegetatie hebben er voor gezorgd dat onze ezeltjes hun spijsverteringsstelsel is aangepast aan povere leefomstandigheden.

Ze zijn dus met heel weinig tevreden.

Onze ezels daartegenover komen dikwijls terecht op een vette weide waar meestal voorheen koeien op liepen. Zulke weiden zijn voor onze ezel als een buffet voor de mens. Geen wonder dat onze ezel snel overvoedt geraakt met alle gezondheidsproblemen tot gevolg. Hij hoeft zijn hoofd maar naar beneden te brengen en kan beginnen grazen. Het gras ligt voor zijn voeten en veel verplaatsing is niet nodig. Wat dit malse gras met onze ezel zijn hoeven te maken heeft komt u later in een volgend hoofdstuk te weten.

Onze onwetende ezel eigenaar wil zijn ezeltjes dan nog eens lekker verwennen met voer dat ons zo dikwijls wordt aangeprezen door verschillende fabrikanten met verleidelijke reclameboodschappen.

Graanmengsels of brokkenvoer in alle soorten en samenstellingen met al dan niet toegevoegde vitaminen of mineralen... onze ezeltjes vinden het superlekker! Weg ermee en vergeet dit alles zo vlug mogelijk want het maakt onze ezel alleen maar ziek! Geen enkel dier in de natuur eet voer uit zakken. Het is de mens die het heeft uitgevonden en dit enkel maar met één reden... winst maken. Wil dit zeggen dat we onze ezel nooit een koekje mogen geven? Of een stukje brood? Jazeker mag dit, af en toe maar zeker niet als vervanging voor onze ezel zijn voedsel.

Brokkenvoer zal eveneens een negatieve invloed hebben op de gezondheid van de hoeven van onze ezel.

 

Misvormde hoeven van een ezel die deze miserie niet gehad zou hebben indien zijn baasjes vroeger hadden ingegrepen.

Dank voor de foto's aan Tish Hiestand

Forever Home Donkey Rescue

Onze ezel loopt op zijn tenen

Velen onder ons hebben geen benul hoe onze ezel in elkaar zit en daarmee heb ik het nu specifiek over zijn skelet. Ook onze ezel zijn hoeven, of toch een belangrijk deel ervan, maken deel uit van dit dragende frame (skelet). Als je ze vraagt om de knieën aan te wijzen dan kun je er bijna zeker van zijn dat ze de verkeerde plaats aanduiden. Dit komt omdat we gewoon zijn om uit te gaan van het menselijk lichaam. We vergeten echter dat ook wij, de mensen dus, ooit op vier voeten liepen of nog beter gezegt op handen en voeten want we hebben slechts twee voeten. Eeuwenlange evolutie hebben ervoor gezorgt dat we ons anders zijn gaan bewegen, we zijn rechtop gaan lopen. De geschiedenis van onze voorouders kennen we ondertussen al en de veranderingen in ons eigen gestel waarschijnlijk ook. We zijn onze staart kwijtgeraakt (we hebben wel nog een staartbeentje), onze voeten, onze heupen, ons hoofd... het is allemaal veranderd in de loop der eeuwen. Ledematen die we niet meer nodig hadden zoals onze staart is weggevallen terwijl onze hersenen juist enorm zijn toegenomen...bij sommigen toch ;-) Grapje.

Wisten jullie dat een ezel geen sleutelbeen heeft zoals de mens?

Dit sleutelbeen zorgt ervoor dat wij met onze armen een vrijwel complete rotatie kunnen maken. Weinige dieren hebben een sleutelbeen.

Terug naar onze hoeven. Inderdaad onze ezel loopt letterlijk op zijn tenen en vingers. Probeer zelf maar eens op handen en voeten te lopen. Je merkt het, ook wij gaan dan onze hiel omhoog brengen en kunnen nu onmogelijk onze voet plat op de grond zetten.

Gaan we even een test doen? Ok. Hieronder zie je een foto van mijn ezeltje Joly. Bekijk hem goed en probeer eerst zelf te aan te wijzen waar de knie en de hiel van Joly zit!

Door op de foto te klikken kom je het te weten.

Verrast? 

Ik zie toch nog wat verbazing en ongeloof in je ogen.

Om je nog beter te overtuigen

Klik hier om de foto te bekijken

 

Beweging is belangrijk

Een ezel opsluiten in een stal is het ergste wat hem kan overkomen. Niet alleen zijn lichamelijke en zijn psychische gezondheidstoekomst komt dan in het gedrang maar zeer zeker de gezondheid van zijn hoeven. Als onze ezel beweegt zet hij zijn hoefmechanisme aan het werk. Het bevorderd de doorbloeding van zijn hoeven d.w.z. aanvoer van zuurstofrijk bloed en afvoer van afvalstoffen. De druk op de hoeven werkt als een soort pomp die de doorbloeding stimuleert.

Het contact van de hoeven op de ondergrond zorgt voor een pompsysteem in de hoef en geeft de doorbloeding van de hoef. Op een drassige ondergrond zal het resultaat natuurlijk veel geringer zijn dan op een harde ondergrond. In plaats daarvan zakt de hoef in de grond en gaat het pompeffect grotendeels verloren. Dit is slechts één aspect van een drassige ondergrond. Het tweede nadelige gevolg van onze drassige weiden is dat onze ezel zijn hoeven niet slijten op een natuurlijke wijze. De hoefwand kan stadig blijven groeien zodat hij snel te lang gaat worden. Er ontstaan dan dikwijls scheuren of afbrokkeling. Vergelijk het met de vingernagels van de mens. Wij dienen onze nagels ook regelmatig bij te vijlen of te knippen. Wat gebeurt er als wij onze nagels laten groeien?

Drassig betekent ook nat. Hoeven die de hele dag op drassige ondergrond staan worden weker en zwakker. Hoe harder de ondergrond hoe harder de hoef!

Een groot verschil met onze verwilderde ezels die dagelijks vele kilometers over ruw terrein lopen om aan wat karig voer te geraken.

Als onze ezel op een hardere ondergrond loopt dan zullen zijn hoeven door het contact met de stenen en het zand ook vanzelf wat afslijten. Zijn hoeven worden tevens harder en steviger. Omdat we onze ezel niet voldoende beweging op harde ondergrond kunnen aanbieden moeten we dan ook de natuur een beetje nabootsen door zijn hoeven zelf bij te houden.

Het bijhouden/verzorgen van de hoeven is eigenlijk het nabootsen van de slijtage die onze ezel zijn hoeven zouden hebben moest hij terug leven in de omstandigheden waarvoor hij gemaakt is.

 

 

Tot zover het gedeelte hoefverzorging als jij als eigenaar de wekelijkse reiniging (uitkrabben) van de hoeven voor jou neemt. Wanneer je dan de smid op reguliere tijdstippen laat langs komen (minimum vier maal per jaar!) dan zullen je ezeltjes op gezonde hoeven lopen dan is wat je verder gaat lezen mooi meegenomen maar niet niet noodzakelijk.

Het kan natuurlijk nog beter! Het wordt nog beter als je zelf de hoeven van je ezel gaat trimmen (bijraspen - bijsnijden). Wat nu volgt is het ontdekken van de hoef met de functie van ieder deel van de hoef en hoe we er kunnen voor zorgen dat onze ezel over de beste hoeven beschikt.


Het skelet van een ezel

Het skelet van de ezel en het skelet van een mens. Om een duidelijk beeld van de verhoudingen te krijgen zijn de beenderen in eenzelfde kleur, zowel bij ezel en mens.

Net zoals bij de mens is het skelet van de ezel de kapstok waaraan heel zijn lichaam is opgehangen. De hele massa spieren, pezen, ingewanden… enz. worden ondersteund door het skelet. Het totale gewicht van de ezel wordt verdeeld over vier hoeven die toch in vergelijking met de rest van het skelet heel klein zijn. Goed verzorgde hoeven zijn daarom van levensbelang voor onze ezel.

Het bekappen van de hoeven.

Hoe vaker de hoeven getrimd worden hoe steviger ze worden.

Algemeen gesproken hoeven we de ezel zijn hoeven niet te “bekappen”. Enkel als de hoeven in een zeer slechte staat zijn en hij met krultenen loopt zullen we moeten kappen aan de hoef. Regelmatig onderhoud van de hoef met hoefmes en rasp volstaan dikwijls om de hoeven van je ezel in prima conditie te houden. Hoe dikwijls we zijn hoeven onder handen moeten nemen hangt af van de stevigheid van de hoeven, de mate van slijtage en de groei van de hoef. De meeste ezelhouders vragen een smid om een viertal keer per jaar langs te komen. Ik vind dit in princiep het minimum. Veel beter is het om zelf de hoeven bij te houden. Telkens als mijn smid kwam heb ik mijn ogen goed de kost gegeven en ben ik hem beginnen bestoken met alle vragen die ik in mijn hoofd had. Op een dag heeft hij mij een versleten rasp verkocht en ben ik zelf aan de slag gegaan. Ondertussen ben ik alles gaan lezen wat ook maar met hoeven te maken heeft en heb ik zo mijn kennis over hoeven en het onderhoud ervan verworven. Ik doe nu de hoeven zelf wanneer ik wil en het is nooit nog een gevecht met de ezel.

Ze zijn het gewend en weten dat het iets is waar ze niet bang voor hoeven te zijn.

Ondertussen heb ik ook een verharde strook aangelegd voor de stallen die eveneens overdekt is waardoor mijn ezels met hun voeten niet constant in het slijk staan. Het is tevens een geschikte ruimte met voldoende licht waar ik het onderhoud van de hoeven kan doen.

Ik heb ook ondertussen geleerd dat niet elke hoef hetzelfde is. Zo heb ik een ezel met heel stevige hoeven terwijl de andere veel zwakkere hoeven heeft. Toch staan ze allebei op dezelfde ondergrond en krijgen ze hetzelfde voer. Genetische eigenschappen spelen dus ook een rol in het onderhoed van de hoeven.

Hoe de hoef er vanbinnen uit ziet kan je zien op de tekening hieronder.

Bij gebrek aan een foto van een doorsnede van een hoef.

 

Hoef anatomie

Tekening van de doorsnede van een ezel hoef
Tekening van de doorsnede van een ezel hoef

Op de tekening zag je het beendergestel van onze ezelvoet en de verschillen delen van de hoef zoals de hoefwand, witte lijn, zool... Er staan geen spieren op de tekening? Omdat er in de voet van de ezel geen spieren zitten! Er zitten wel ligamenten (dienen om de gewrichten op hun plaats te houden) zenuwen en bloedvaten. Alles in onze hoef heeft een functie en moet op de juiste plaats zitten, afwijkingen zullen zorgen voor ongemak en pijn. Over pijn gesproken...  als we gaan snijden of kappen aan de hoef, doet dit geen pijn? Wel de plaatsen waar er aan de hoef wordt gesneden is de hoefwand - de zool en de straal. Deze hebben een gevoelige en een ongevoelige zone. We gaan enkel de hoef bewerken in de ongevoelige zones. Tot op een bepaalde diepte voelt onze ezel geen pijn. Als je te ver snijdt dan zal je ezel pijn voelen en zich verzetten. Er is dan ook kans dat er zich later complicaties gaan voordoen en je ezel mank wordt. Dit moeten we vermijden en daarom is het belangrijk dat we de hoef grondig bestuderen. Alle onderdelen in de hoef zijn natuurlijk belangrijk maar naarmate je meer over de hoeven gaat lezen ga je ontdekken dat het hoefbeen (distal fhalanx) een belangrijke rol speelt in het hele verhaal. De positie van dit hoefbeen kan door verschillende redenen veranderen (voetas - hoefbevangen) en onze ezel mank maken soms zo erg dat onze ezel moet worden ingeslapen.

In onderstaande video zie je de ontleding van een hoef (paard).

De commentaar gebeurt in het engels, toch echt interessant om te bekijken.

De hoeven van ezels worden vaak vergeleken met die van paarden. Sommige smeden vinden dat ze op dezelfde manier dienen bekapt te worden. Daar ben ik het zeker niet mee eens! Paarden- en ezelhoeven zijn zo verschillend dat ze een verschillende manier van bekappen behoeven. Ook de video hierboven toont de ontleding van een paardenhoef. Waarom heb ik deze toch geplaats? Wel omdat je op deze video toch kan zien hoe de verschillende types weefsel er uit zien en hoe ze in elkaar overgaan. En probeer maar eens een ontleding van een ezelhoef te vinden op video... 

Leesvoer hierover; http://www.thedonkeysanctuary.org.uk/blog/4440

Benodigdheden bij het bekappen

In de eerste plaats een paar stevige handschoenen. Het werken met mes en rasp vergt in het begin wat moeite en een uitschuiver is snel gebeurt. Een scherp geslepen hoefmes. Er zijn hoefmessen voor links- en rechtshandigen. Ik gebruik ze beiden omdat het gemakkelijker is om de twee zijden van de hoef bij te snijden. Een wetsteen om de messen af en toe wat scherper te zetten. Een hoefrasp heb je ook zeker nodig. Een stevige lederen schort. Een hoevekrabber, liefst met een borstel aan en een stevige hoefstand. Ik gebruik daarvoor een afgedankte steun van een parasol met een rubberen stop er bovenop gezet. Alles steekt in een handige werktuigkoffer.

 

Een hoefsmidschort is niet echt noodzakelijk als je begint met het verzorgen van de hoeven van je ezel. Vanaf het moment dat je het hoefmes en de hoefrasp begint te gebruiken is het een attribuut dat je beschermd tegen kwetsuren. Er zijn in de handel verschillende types te koop. Echt duur zijn ze niet. Toch is er nog een goedkopere oplossing... zelf een maken. Ik heb er zelf een gemaakt met een stuk leer dat ik nog op moeders zolder gevonden had. Op maat gesneden en de beenstukken voorzien van een klittenband die ik van een oud paar beenstukken heb gehaald. 

(zie foto's onder)

Hoe het zeker niet zou moeten!


Als je ezel niet gewend is dat men zijn hoeven opneemt dan wordt het bezoek van de smid zeker en vast een gevecht met de ezel. Onderschat onze ezeltjes niet... ze zijn snel en kunnen ongemeen hard uithalen! In de volgende video zie je twee hoefsmeden die samen zelfs alle moeite hebben om dit kleine ezeltje in bedwang te houden. Doe er iets aan en maak je ezel gewend om zijn hoeven te geven. Je bewijst er de smid EN je ezel een grote dienst mee.

(Mijn ezel was ook niet gewend om zijn hoeven te geven bij zijn vorige eigenaar en heeft eens een ontwrichting opgelopen bij één van zijn eerste kapbeurten)

Wil je nog video's bekijken van het trimmen van een ezel die niet gewend is aan de smid klik op onderstaande link.

Aan de slag

Een ezel bekappen is eigenlijk helemaal zo moeilijk niet maar toch zullen weinige mensen er zelf durven aan beginnen. De voordelen om het zelf te doen zijn dat je ten eerste niet afhangt van de goodwill van je smid en vooral dat je de tijd tussen iedere kapbeurt kan verkorten. Het financiële aspect is mooi meegenomen maar mag nooit de voornaamste reden zijn. Iemand die jammer genoeg al moeite heeft om zijn smid te betalen zal zeker zijn ezeltjes geen goede thuis kunnen geven.Wat ikzelf als het moeilijkste ervaren heb toen ik er zelf aan begonnen ben is het vasthouden van de hoef in de juiste positie en het tegelijker tijd hanteren van het gereedschap. Dit is toch heel wat anders dan werken op een dode hoef. De meeste cursussen die worden gegeven beginnen met het bewerken van een hoef van een dood paard of dode ezel. De dag dat je een levende hoef moet bewerken is wel heel wat anders, daarom is het van groot belang dat je ezel eerst geleerd heeft van kalm te blijven staan en niet meer bang is als we zijn hoeven opnemen.

Iemand die van nature nogal handig is en gewoon is van met handwerktuigen om te gaan zal hier dan ook minder problemen hebben dan iemand die dit niet gewoon is. Verwacht ook niet in het begin dat je even veel tijd gaat nodig hebben als wanneer de smid je ezel bekapt. Je zult het geduld van je ezel veel langer op de proef moeten stellen. Daarom is het van belang dat je in het begin enkel gaat beginnen met de hoefkrabber en de hoefrasp. Begin in het begin nog niet te snijden of te kappen in de hoef. Korte beurten waarin je leert hoe je de hoef moet vastnemen om gemakkelijk te werken, hoe je met de hoefkrabber ontdekt hoe de onderkant van de hoef er uit ziet. Dan even met de hoefrasp over de onderkant van de hoef gaan en de teen van de hoef wat afronden. Meer moet dit in het begin zeker niet zijn. Hiermee ga je al leren dat het verschillend werken is aan de linker of rechter zijde van je ezel, achter en voorkant, en dat je de ezel zijn benen of voeten niet in alle kanten kan plooien.

 

Vermijdt in het begin als je nog niet gewend bent om te bekappen lange kapbeurten. Ze zorgen er alleen maar voor dat je ezel gefrustreerd raakt en zich in het vervolg meer zou gaan verzetten.

 

Voor we gaan beginnen snijden of kappen moeten we wel weten hoe de ideale hoef van een ezel er uit ziet. Ik vind het heel belangrijk dat je weet hoe de ezel zijn hoef gebruikt en wat de functie is van hoefwand, de straal, de zool... enz. Door aan de hoef te gaan raspen kunnen we de stand van de voet veranderen. We moeten er voor zorgen dat de hoef die we onze ezel gaan geven hem toe laten om zich comfortabel te verplaatsen zonder dat de stand van de hoeven zijn pezen of gewrichten onnodig gaan belasten. Een verkeerde stand van de hoef kan tot ernstige problemen leiden op langere termijn. Vergelijk het met indien jij een paar schoenen zou aantrekken; eentje met een hoge hak de andere zonder hak en met een extreem schuine zool. Hoelang zou jij dit uithouden voor je klachten zou krijgen?

Onderaan de hoef zien we de zool van de hoef, de straal, de straalgroeven, de witte lijn en de rand van de hoefwand. De straal is het zachtste gedeelte van de hoef. Het lijkt wel op gum. Het zit achteraan de hoef en dient als schokdemper als de ezel zijn voet neerzet. De straal is ook het gedeelte van de hoef die voor de grip zorgt en voorkomt dat de hoef wegschuift. Naast de straal bevinden zich de straalgroeven. Deze geven de straal de kans om uit te zetten bij het indrukken. Het grootste oppervlak onderaan de hoef is de zool. Deze is redelijk hard en beschermt de hoef net zoals de zool van onze schoen. Tussen de hoefwand en de zool zit de witte lijn. Men noemt dit de witte lijn maar eigenlijk ziet deze meer grijs dan wit. Aan de buitenrand zit de hoefwand. Dit is het hardste gedeelte van de hoef en vangt de grootste schokken op. Dit is bij ons mensen de vingernagel. Deze groeit het felst (de groei gebeurt aan de kroonrand niet aan het uiteinde) en zullen we moeten inkorten. Dit is eigenlijk het enige dat we zullen moeten inkorten.

Wanneer we de hoefrand helemaal volgen dan zien we dat deze langs beide zijden net aan de straal naar binnen plooit. Dit noemen we de steunsels.

Als we voor onze ezel gaan staan en hij staat netjes recht op zijn vier benen dan zou de onderkant van de twee voorste hoeven mooi loodrecht moeten staan op de lijn van de benen(de voetbalans). Is de linkerzijde van de hoef wat langer dan de rechterzijde dan staat de hoef scheef ten opzichte van de benen. De gewrichten in de voet (zadelgewricht) van de ezel kunnen slechts bewegen naar voor of achter en worden in dit geval geforceerd. De hoef van de ezel zijn in feite wat bij ons mensen de vingers of tenen zijn en die kunnen wij toch ook niet langs alle kanten bewegen niet? De onderkant van de hoef dient vlak te zijn. 

Een tweede te volgen lijn is de voetas deze die bij zijaanzicht van de ezel loopt van het kootbeen langs het kroonbeen naar het hoefbeen. Deze zouden één doorgetrokken rechte lijn moeten volgen.

Hoe langer de tenen hoe meer het hoefbeen naar boven gedrukt wordt, hoe hoger de hiel hoe meer het naar onder zakt. Het hoefbeen is enkel zichtbaar door middel van een röntgenfoto. 

We hebben alvast één gegeven en dat is dat de hoef (teen) niet groeit. Daarmee bedoel ik dat de afstand van de achterkant van de hoef tot de punt van de straal niet vergroot. Onze tenen groeien ook niet ons hele leven, onze teennagels wel.

Wanneer we weten dat de afstand van de kroonrand tot de teen ongeveer de helft moet zijn van de lengte achterkant straal – teen dan hebben we een basis om ons op te oriënteren. Als de hielen te hoog zijn dan klopt deze meting niet meer. Ik gebruik ook maar het woord “hielen” omdat dit woord meestal gebruikt wordt voor de achterkant van de hoef. In feite zijn dit niet de hielen. Ten eerste de voorste hoeven van een paard of een ezel zijn wat bij ons mensen de handen zijn, dus daar kan zeker geen sprake zijn van hielen. 

Dit lijkt allemaal wel ingewikkeld maar geloof me als je eens de juiste hoef hebt verkregen dan heb je een beeld van de ideale ezelhoef en valt de theorie weg.

Op de foto onder zien we drie verschillende voetassen. De eerste tekening is een normale voetas. Een denkbeeldige rechte lijn loopt mooi doormidden van kootbeen - kroonbeen - hoefbeen (rood). Bij de tweede tekening zijn de hielen te hoog en is de positie van het hoefbeen veranderd. Het hoefbeen is verticaler gepositioneerd. Op de derde tekening zijn de hielen te laag.

 

Figuur 4
Figuur 4
Normale ezelhoef zijaanzicht
Normale ezelhoef zijaanzicht
Normale ezelhoef vooraanzicht
Normale ezelhoef vooraanzicht
zwaar verwaarloosde ezelhoef
zwaar verwaarloosde ezelhoef

Praktijk

Je ezel staat mooi aangebonden, de wortelschijfjes zitten in je zak en je materiaal staat klaar... waar wacht je nog op?

Doe je handschoenen maar aan! Ik begin altijd met de voorste hoeven. Altijd is het gemakkelijker werken aan één kant en moeilijker aan de andere. Ik ben rechtshandig en linker-voor is voor mij de makkelijkste kant. Hopelijk ben je niet te dik gekleed want ik beloof je, het is zweten!

Stel je naast je ezel op met je gezicht naar zijn achterste toe. Pak al maar de hoevekrabber en hef de voet van je ezel op. Flink krabben tot de zool en vooral de straalgroeven helemaal proper zijn. Met de borstel het laatste vuil afborstelen en de hoef mag terug voorzichtig op de grond worden gezet. Niet laten vallen!

Geef je ezel al maar een wortelschijfje.

Zet de hoefstand achter je ezel zijn been en leg de hoef met de voorkant op het rubber. Zorg er voor dat de hoefstand op de juiste hoogte staat. Zijn onderbeen ligt zo goed als horizontaal. Hou met je linkerhand de hoef stevig vast en rasp de onderkant van de hoef met de grove kant van de rasp. Gebruik de gehele lengte van de hoefrasp om de hoef mooi vlak te maken. Het gemakkelijkste is in diagonale en horizontale richting om de hoef af te vlakken. Je zal merken dat de hoefrasp in één richting het echte raspwerk doet en bij het terugkomen beter over de hoef glijdt. Zo zou het kunnen zijn dat je meer weghaalt langs de ene kant van de hoef dan aan de andere kant. Probeer ook eens om de rasp vast te houden niet met het handvat maar aan de rasp zelf. Zo gaat het soms wat makkelijker om de andere kant te raspen. Het eindresultaat zou een mooie vlakke hoef moeten zijn.

Als je denkt dat je ver genoeg bent dan verplaats je de hoefstand voor je ezel en je zet zijn hoef met de onderkant op de stand. De teen komt over het rubber.. Haal met de rasp de hoefrand een beetje weg tot de hoef zijn mooie vorm krijgt. De vorm van de teen is minder rond dan die van een paard en heeft een meer langwerpige vorm. De vorm van de kroonrand (de scheiding van de huid en de hoef) zou dezelfde vorm moeten hebben als de rand van de hoefwand. Met de fijne kant van de rasp haal je alle scherpe randen van de hoef en rond je ze mooi glad af. Als je de hoef terug lang van onder bekijkt dan zie je nu dat de hoefrand over de hele omtrek even dik is. Heb je te veel van de teen afgehaald dan zal je zien dat deze daar te dun is. Wil je echt mooie hoeven dan doet een beetje schuurpapier wonderen. Met het hoefmesje ga ik dan nog even over de zool zodat al het dode materiaal wordt afgeschraapt en onze ezel op een gave hoefzool loopt.

 

 

Hoe kan ik weten of mijn hoef de juiste vorm heeft?

Persoonlijk hanteer ik enkele parameters om de juiste hoef of toch enigzins bij benadering te bepalen. Bestaat er een bepaling die de exacte hoef omschrijft? Bestaat er in de natuur één levend organisme die je als model kan nemen voor zijn soort? Ieder levend wezen is uniek. Zo ook met onze ezel zijn hoeven; er is niemand die kan zeggen hoe de echte ezelhoef er uit ziet want er zijn geen twee dezelfde. We kunnen ons enkel een voorstelling maken hoe de optimale hoef er uit zou zien of moeten zien. Met de jaren heb ik in mijn hoofd al een zicht over hoe een optimale ezelhoef er uit ziet. Toch kan iedereen dit eens toepassen om te zien of de hoeven van zijn ezel correct bekapt zijn.

Eén gegeven dat we met relatieve juistheid kunnen meten en wat bij iedere volwassen ezel hetzelfde blijft is de afstand van de achterkant van de hoef tot aan de punt van de straal. Deze zal altijd dezelfde blijven. Op de foto is deze afstand A.

A zal ons de juiste verhoudingen verschaffen!

Bij de afstand B staat een vraagteken. Deze afstand zal verschillen naar mate de hoeven bekapt zijn. Hoeven die een lange periode niet bekapt zijn zullen véél langer zijn dan op deze foto. Op het einde van mijn kapbeurt tracht ik de lengte van afstand B naar de juiste lengte te brengen en dat is: A = 2/3 van B.

Na dat ik de hoeven met de hoevekrabber schoon heb gemaakt begin ik steeds met de hoefwand aan de hielen bij te knippen. Ik haal met beetjes de hoefwand tot op de gewenste hoogte en dat is bij mijn ezels tot een halve centimeter hoger dan de straal. Meten doe ik door de hoefrasp dwars over de hoef te leggen en te controleren. (zie foto onder)

Oppassen met de kniptang! Steeds beetje bij beetje bijknippen!

Hoe meer je de hoef bijraspt hoe korter de afstand zal worden tussen de kroonrand en de hoefwand (C). Tegelijker tijd verkort de afstand B en de afstand C. Aan de hielen ga ik niet meer raspen enkel de teen. Je zal merken dat als de verhouding A - B begint te kloppen dat de afstand C ook naar de juiste lengte gaat.

Lengte C; Ongeveer de helft van B

 

Voorbeeld;

  • Een ezel met afstand A = 6 cm.
  •  afstand B moet naar 9 cm.
  • afstand C wordt 4,5 cm.

           

Je hebt gedaan wat hierboven beschreven is?

Zet nu de voet van je ezel op de vloer. Bekijk de voet eens in zijaanzicht. Wedden dat de voetas nagenoeg de juiste hellingsgraad heeft bereikt? De voetas loopt mooi in een rechte lijn door het hoefbeen - kroonbeen - kootbeen. De hielen staan mooi op de juiste hoogte en de tenen zijn perfect van lengte.

Wat je nog moet controleren is de voetbalans. Heb je bij het raspen de rasp mooi vlak gehouden dan is de kans groot dat de voetbalans mooi gelijk is. Beide zijkanten van de hoef dienen even kort te zijn dan staat de voet mooi vlak!

Het enige dat ons nu nog rest is de hoefrand afronden met de minst ruwe kant van de hoefrasp. ( foto onder) De hoornwand van de hoef kan je om estetische redenen ook een klein beetje bijwerken maar dit heeft geen enkele invloed op het hoefmechanisme.

Na het bekappen is het raadzaam om het gereedschap zoals hoefrasp, hoevekrabber en hoefmes te ontsmetten met een ontsmettingsmiddel. Ik gebruik gewoon water met javel. Zeker na het bekappen van een ezel met een aandoening zoals bvb. witte lijnziekte is dit aangeraden om andere ezels niet te besmetten.

Sterk verwaarloosde ezelhoeven


Eigenaars die de hoeven van hun ezel op reguliere tijdstippen trimmen kennen bijna nooit grote problemen. Anders is het wanneer een smid een ezel moet bekappen met sterk overgroeide tenen. Deze hoeven zijn zo vervormd dat de ezel zijn hoeven niet meer op een normale wijze kan neerzetten. Op de foto hieronder zie je zo een hoef. Deze worden ook al een "Turkse slippers" genoemd. Het kan nog erger hoor! Deze vind ik al erg genoeg.

Bij zulke hoeven is de stand van het hoefbeentje (het onderste beentje in de hoef) erg veranderd ten opzichte de normale stand.

Op de volgende foto zie je dezelfde hoef waarop ik een röntgen foto heb op geprojecteerd die min of meer de juiste positie van het hoefbeen zo moeten weerspiegelen.

Omdat de smid geen röntgen beeld heeft om de positie van het hoefbeen te bepalen zal hij een ander middel moeten zoeken om deze te bepalen. Een vrij nauwkeurig trucje is om een rechte denkbeeldige lijn te trekken die evenwijdig loopt met de eerste centimeter van de voorkant van de hoefwand te beginnen aan de kroonrand. (Het groene lijntje zie foto hieronder)

De eerste centimeter hoefwand (te beginnen aan de kroonrand) volgt de voorkant van het hoefbeen. Daarna wordt de hoefwand bij overgroeide hoeven stelselmatig meer en meer weggedrukt ten opzichte van het hoefbeen door het contact met de grond. (Het gele lijntje)

Bij het bekappen zal de smid trachten om de hoef weer zijn normale vorm terug te geven. (De rode lijn)

Een ezel met sterk overgroeide hoeven moet niet wanhopen. Mits een juiste bekapping komt dit in de meeste gevallen weer goed.

Hieronder nog een sterk verwaarloosde hoef waarbij ik heb getracht om het beendergestel na te tekenen en te projecteren op de foto. Het groene streepje staat bijna horizontaal.

Problemen

Zelf als de drie pijlers van gezonde hoeven aanwezig zijn; gezonde voeding, genoeg beweging en regelmatig onderhoud, dan kan het toch nog wel eens verkeerd lopen.

Ondervind je dat je ezel niet loopt zoals hij normaal zou moeten lopen verwittig dan a.u.b. uw dierenarts! Iedere verandering in het gedrag van je ezel zou je allert moeten maken dat het gaat om een gezondheidsprobleem.

 

*Help mijn ezel verzet zich!

Werkt je ezel toch niet zo best mee dan moet je er voor zorgen dat je juist handelt. Je hebt je ezel zijn hoef vast en plots begint hij zich te verzetten. Meestal gebeurt dit bij de achterste hoeven die hij met geweld wil loswrikken. Met achtereenvolgende snokken probeert hij zich vrij te rukken. Wat moet je dan doen? Loslaten? 

Neen, laat alles vallen wat je in je handen hebt behalve zijn been. Probeer het vast te houden zonder je eigen veiligheid in het gedrang te brengen. Wacht tot hij ophoudt en zet dan zijn voet onmiddelijk neer.

Laat je zijn voet vroeger los dan wordt je ezel beloond voor zijn slecht gedrag. Hij leert hieruit dat wrikken en rukken gevolgt wordt door beloning (voet is vrij). In het tweede geval (voet vasthouden) volgt de beloning (voet vrij) als hij rustig blijft.

Dit is een prachtig voorbeeld hoe we als ezelfluisteraar onze ezel goede manieren kunnen aanleren.

 

*Maak je niet zenuwachtig!

Lukt het je echt nog niet om je ezel te bedaren en wordt je nu pas echt nerveus... stop dan met het bekappen. Begin zeker niet te roepen of te vloeken, een ezel kan daar niet tegen! (Ik ook niet). Blijf niet verder sukkelen maar tracht altijd te eindigen met beloning, om het even wat! Vraag nog één keer zijn voet en beloon hem uitbundig als hij dit doet. En ophouden nu! Nooit stoppen met een oefening of als je ezel weigert iets te doen of zich misdraagt. Een smid kan zich dit niet permiteren maar jij wel. Morgen komt nog een dag en dan gaat het misschien beter. 

Je ezel kan gerust nog een dagje wachten.

 

 

Onze ezel hoefbevangen!

Gras is het belangrijkste voedingsbestanddeel van onze ezel. Maar daar zit toch nog een spreekwoordelijk addertje in verborgen.

Gras bestaat voor 80% uit water en de rest uit droge stoffen zoals eiwitten, suikers, mineralen, vet en vezels. Dit gras is niet altijd hetzelfde van samenstelling. Om te overleven heeft het een truukje uitgewerkt dat eigenlijk niet zo goed is voor de gezondheid van onze ezeltjes. Het maakt fructaan aan, een soort suiker dat het gras nodig heeft om te groeien, onder invloed van het zonlicht. Als dit gras niet kan groeien (in de winter bij vrieskou of bij gebrek aan zonlicht) dan slaat de plant dit fructaan op tot wanneer er terug zon is en gebruikt dan het opgeslagen fructaan weer om te kunnen groeien. Dit is wat er gebeurt met de ingang van de lente. Het gras zit dan boordevol fructaan.

Het gras gebruikt dit fructaan ook als antivries. Wordt het héél koud (vriestemperaturen) dan wordt er véél fructaan aangemaakt.

Ook tijdens heel droge periodes in de zomer kan het gras niet groeien door gebrek aan water en zal het fructaan zich opstapelen.

Zo zie je dat het weertype een voorname rol speelt in de aanmaak van fructaan. Zelfs weerschommelingen of veranderende weersituaties op kortere termijn (dag) hebben een invloed op de hoeveelheid fructaan in het gras.

Wat is er nu verkeerd aan dit fructaan?

Het speelt een grote rol in de spijsvertering van onze viervoeter. Fructaan zal net zoals krachtvoer een gisting teweeg brengen in het spijsverteringsorgaan van onze ezel en zo mogelijk hoefbevangenheid bevorderen. Droge stengels gras zoals de verwilderde ezels in hun natuurlijk habitat te eten krijgen bevat ook suiker, maar dit suiker is van een andere aard dan het fructaan. Je kan het vergelijken met enkelvoudige en meervoudige suikers bij de mens. Meervoudige suikers die je vind in zetmeel moeten nog afbreken in enkelvoudige suikers die dan worden opgenomen in het bloed. Druivensuiker geeft onmiddellijk energie (denk maar aan onze sporters) en wordt sneller opgenomen in het bloed, het doet de suikerspiegel onmiddellijk stijgen. Pasta of andere zetmeel leveranciers zorgen voor een reserve aan energie.

Het droge gras in de steppe is dan de pasta en het gras bij van ons is de druivensuiker. Het één geeft zijn energie langzaam af terwijl het andere instant energie levert. Onze ezel heeft geen energiedrankje nodig dat hem doet spurten als een atleet, hij heeft de energie nodig voor zijn verteringsstelsel en zijn warmteopwekking of beter voor zijn hele lichaamshuishouding. Ook heeft onze ezel nog een verschillend spijsverteringsstelsel dan de mens en is zijn metabolisme afgestemd op het verteren van cellulose.

Als onze ezel door het teveel aan fructaan hoefbevangen geraakt zal hij een pijnlijke periode tegemoet gaan. Het is een zéér pijnlijke ziekte en het is daarbij ook nog eens levensbedreigend.

Voorkomen is beter dan genezen!

Tegen hoefbevangen bestaat er ook geen medicijn. Pijnstillers kunnen het leed wat draaglijker maken maar de enige remedie tegen hoefbevangen is een goed voedingspatroon volgen. Een goede regeling weidegang is de sleutel om hoefbevangenheid te voorkomen. Zeker in de lente loopt onze ezel groot gevaar. Uw ezel tijdelijk te laten grazen is geen goede optie, hij zal zich in de toegestane graastijd trachten vol te proppen met het fructaanrijke gras. Beter is om de weide oppervlakte beetje bij beetje uit te breiden. Iedere dag de paaltjes van de weide een beetje verder prikken is de oplossing. Geef je ezeltjes ook ongelimiteerde toegang tot stro. Dit stro zal ze tijdens de dag bezighouden om de verveling tegen te gaan en zorgt er tevens voor dat hun buikje gevuld wordt en er minder plaats is voor het verraderlijke vette gras.

Denk niet omdat je ezel nog nooit tekenen had van hoefbevangen te zijn dat hij het niet zou kunnen krijgen! Houdt hem goed in de gaten; ligt hij meer dan normaal of verplaatst hij zich minder dan normaal dan haal je er best een veearts bij. Ook andere voedingssupplementen heeft onze ezel echt niet nodig. Als hij voldoende hooi, schraal gras en stro heeft dan heeft hij geen zakkenvoer nodig.

Ook als het gaat om onze eigen voeding zijn we gemakkelijk geneigd om kant en klaar maaltijden te kiezen voornamelijk uit gemakzucht. We laten ons dan leiden door aanstekelijke reclameboodschappen die hun waren dan aanprijzen als “gezond”. Voor mijn part kan je er zeker van zijn; “Hoe meer mensen met hun handen aan je voeding hebben gezeten, hoe ongezonder het is geworden!” En dit geld ook voor dierenvoeding. Voer uit zakken wat we aan onze ezeltjes geven is ook door mensenhanden gegaan. Die hebben er ook van alles aan toegevoegd om het te bewaren of lekkerder te maken of goedkoper te maken... Op de verpakking staat het in kleine lettertjes of in onduidelijke benamingen ergens in een klein hoekje vermeld.

  

Wat veroorzaakt Hoefbevangenheid? (laminitis)

De meest voorkomende oorzaak is een onaangepast voedingspatroon met een teveel aan niet- structurele koolhydraten (fructaan) (NSK), suikers en zetmeel. Daarnaast kan bloedvergiftiging, hoge koorts, stress, de ziekte van Cushing of kreupelheid ook aanleiding geven tot hoefbevangenheid.

Het spijsverteringsstelsel van de ezel is niet hetzelfde als dat van mensen en hun voeding is afgestemd op het verteren van vezelrijk en suikerarm voedsel.

Voor het voedsel in de dikke darm terecht komt moet het eerst door de dunne darm. Daar nemen enzymes de taak op zich om de suikers te verteren, al kunnen ze dit maar in beperkte mate. Grote hoeveelheid suikers kunnen ze niet aan en de onverteerde suikers gaan mee naar de dikke darm.

In de dikke darm zorgen microben voor de verdere vertering.

Het teveel aan suikers veranderd de zuurtegraad in de dikke darm met als gevolg dat de microben die de vezels moeten verteren afsterven. Hun rottende overblijfselen komen in het bloed van onze ezel terecht en verspreiden zich zo tot in de hoeven.

Wat doet dit met de hoeven van onze ezel?

Dat de hoefwand gestadig van de hoefkroon naar beneden kan groeien is dankzij de enzymes (eiwitten) in het laminae die de hoefwand bind met het hoefbeen. Een combinatie enerzijds van enzymes die de hoefwand vasthouden en anderzijds enzymes die loslaten in een perfecte samenwerkende timing geven onze hoef een stevige en normale hoefgroei.

De toxische stoffen in het bloed hebben echter een negatieve invloed op de enzymes die de hoefwand vasthouden waardoor deze in de minderheid komen ten opzichte van de enzymes die loslaten. Gevolg; de hoefwand komt los van het hoefbeen.

Heel het gewicht van onze ezel steunt op het beendergestel in de vier hoeven. Het hoefbeen heeft nu de hoefwand losgelaten en zakt door het gewicht naar de hoefzool. De hoefwand wordt weggedrukt van het hoefbeen en beschadigd zo de bloedaders en zenuwen in de hoef. Geen bloedtoevoer betekent geen aanvoer van zuurstof naar de cellen en het hoefweefsel sterft af.

Hoewel je dikwijls ziet dat een paard of een ezel acuut bevangen raakt deel ik de mening van Pete Ramey dat het procédé van loslatende hoefwand zich ook kan manifesteren in een lichtere vorm en dat dit ook een nefaste invloed heeft op het welzijn van onze ezel. Je ezel heeft een lichte vorm van hoefbevangenheid maar als eigenaar merk je het nauwelijks.


Een ezel die hoefbevangen is zal door de pijn zich moeilijk of nauwelijks verplaatsen en als deze ezel met andere ezels staat bestaat het gevaar dat door zijn immobiliteit deze zich niet naar behoren kan beschermen. Zet een hoefbevangen ezel steeds apart in een voldoende grote ruimte waar hij beschikt over een aangepast dieet en met water binnen handbereik (hoefbereik). Een zachte ondergrond is beter dan een harde beton. De hoeven verkoelen met water geeft onze ezel verlichting van de pijn.

 

 

Bronnen;

http://www.hoofrehab.com/LaminitisUpdate.html

http://www.thenaturalhoof.co.uk/34.html

 

White line disease (witte lijnziekte)

Dit is een aandoening die gemakkelijk voorkomt bij ezels. Vooral ezelhoeven die niet regelmatig onderhouden worden zoals het hoort zijn zeer vatbaar voor deze schimmelinfectie. Deze schimmels en bacteriën komen via de grond in de hoef van de ezel. 

Een hoefzweer bij je ezel 30/10/2011

Heb je ooit al eens een splinter onder je vingernagel gehad? Meestal zal dit na een paar dagen als de splinter niet kan worden verwijderd aanleiding geven tot een ontsteking onder je vingernagel. Zéér pijnlijk is dit! Eens de dokter in je vingernagel een gaatje heeft gemaakt valt meteen de druk en ook de pijn weg. Nadien is het enkel nog een kwestie van verzorgen.

Net zoals bij paarden kunnen ezels last krijgen van een hoefzweer (ontsteking onder de hoefwand, vingernagel van je ezel).

Een hoezeer ontstaat meestal door een kwetsuur onderaan de hoef. Als iets in de hoef dringt zoals een scherp steentje bvb. dan kan dit aanleiding geven tot en hoefzweer. Hoe weker de hoef hoe meer kans om een hoefzweer te ontwikkelen. Een te dunne zool door het te kort bekappen van de hoef zijn een verhoogd risico op een hoefzweer. 

Een beschadigd hoefbeentje door hoefbevangenheid kan eveneens een aanleiding zijn tot een ontsteking die resulteert in een hoefzweer.

Ezels zijn zoals we weten taaie dieren en laten niet zo gauw zien dat ze ziek zijn maar een hoefzweer is erg pijnlijk en een hoefzweer is iets waar je ezel duidelijk gaat op manken. Je ezel gaat mankend lopen, zich niet veel verplaatsen en zijn been ontlasten bij het stilstaan. Hij staat voortdurend met een opgetrokken been. Een hoefzweer is een ontsteking tussen de hoefwand en de hoef. Deze ontsteking kan veroorzaakt zijn door een steentje bijvoorbeeld dat onder de hoefwand is blijven steken. Ezel met slecht onderhouden hoeven hebben meer kans op een hoefzweer dan ezels met verzorgde hoeven. Door de ontsteking voelt de hoef ook warmer aan.

Wat kan je daaraan doen? Raadpleeg zeker een dierenarts. Deze zal proberen de zweer te lokaliseren en een opening in de zool maken langs waar de pus van de zweer kan uitlopen. Daardoor valt de druk weg en verminderd de pijn aanzienlijk. Wordt er niets aan gedaan dan zal de pus toch een uitweg zoeken en dit door een opening langs de kroonlijn of de straal. De pijn zal dan wel aanzienlijk langer duren. Beter is het om de hoefzweer open te leggen en de pus af te voeren. Nu is het een must om het gat in de hoef goed te ontsmetten en in het gat een prop te steken gedrenkt in een ontsmettingsmiddel. Zet je ezel daarna op een propere ondergrond voor enkele dagen. Twee maal daags haal je de prop uit de hoef en zet je de voet van je ezel in een emmer lauw water met ontsmettingsmiddel. Achteraf opnieuw een verse prop in het gat steken.

Het belangrijkste bij de nazorg van een hoefzweer is ontsmetten en proper houden! Heb je geen propere stal ter beschikking dan kan een hoefzak een oplossing bieden.

Beschik je niet over een hoefzak dan kan je de hoef ook inpakken met een stuk van een luier, vetrap en wat stevige tape. Nadat je de hoef geweekt hebt in de emmer met ontsmettingsmiddel de hoef goed droogwrijven met een zuivere handdoek. Zorg dat je de behandelingen kan uitvoeren op een propere ondergrond. leg eventueel een proper stuk plastiek of karton op de vloer. Steek eerst de gedrenkte prop in het gat en leg dan het stuk van de luier op de hoef. Omwikkel de hoef en de luier met de vetrap en zet dan de hoef dan op de stukjes tape. Je snijdt deze op voorhand en legt ze op elkaar met de kleefkant naar boven. De bedoeling hiervan is dat je de hoef op de kleefkant zet en de overstekende stukjes naar boven rond de omwikelde hoef kleeft. Doe nog een tape rond de hoef zodat de omgeplooide stukjes tape gefixeerd zijn.

Sommige dierenartsen beschikken over een warmte gevoelige camera waardoor ze beter de juiste plaats van de hoefzweer kunnen detecteren.

 

Ezel met ingepakte hoef
Ezel met ingepakte hoef

Besluit;

  • Gezonde hoeven zijn niet alleen een kwestie van frequent bekappen maar evenzeer een gevolg van gezonde voeding en veel beweging op gevarieerde bodem.
  • Hou je ezel goed in de gaten. Pas op met vette bemestte weiden, zeker in het voorjaar of bij vriestemperaturen en zonnig weer. 
  • Verdiep jezelf in de anatomie van de hoeven en alles wat met de hoeven te maken heeft.
  • Leer je ezel stil te blijven staan door zijn hoeven regelmatig op te nemen en uit te krabben.
  • Neem iedere week je ezel zijn voeten eens op, niet om te verzorgen maar om ze te strelen. Hierdoor wordt het opnemen van de hoef niet automatisch door de ezel geassociëerd als dat er iets vervelend op komst is.
  • Ga ten rade bij een smid die gewoon is om ezeltjes te bekappen en laat hem meermaals per jaar de voeten van je ezel nakijken. Leg hem uit dat je het zelf wil leren en vraag hem om raad.
  • Volg eventueel een cursus bekappen.
  • Zorg er voor dat de hoeven van je ezel ook eens kunnen opdrogen. Bij langdurige droogte kan een voetbad eveneens een helende uitwerking hebben.
  • Controleer op regelmatig tijdstip de hoeven op onregelmatigheden. Krab de hoeven uit en verwijder mest, steentjes of zand.
  • Een harde uitloop voor de stal of aan de voerplaats zorgt voor een natuurlijke slijtage van de hoeven. Bij voorkeur is deze overdekt.

 

 

Wil je voor alle duidelijkheid nog wat meer advies of heb je problemen bij de verzorging van je ezel zijn hoeven dan wil ik je graag verder helpen. Soms is dit mogelijk via e-mail of telefoon.  Je kan je vraag stellen via onderstaand formulier en dan stuur ik jou zo spoedig mogelijk een antwoord of mijn telefoon nummer om een afspraak te regelen. 

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.